Ik maak graag gebruik van de wijsheid van anderen als het gaat om het bewust kiezen van kleding. De 30 Wear Rule van Livia Firth  is daar een voorbeeld van, maar ook op eigen bodem is inspiratie op dit gebied te vinden. Mode-expert Cécile Narinx (was o.a. hoofdredacteur van de Nederlandse Vogue en Harper’s Bazaar en schrijft nu over mode in de Volkskrant) vindt dat we alleen maar kledingstukken moeten kopen die een negen of tien waard zijn. En dat ben ik wel met haar eens!

Life’s too short to buy bad clothes

Waarom zou je dat doen, een cijfer aan je kleding geven? Over het algemeen hebben we allemaal veel kleding. Meer dan nodig, misschien wel meer dan we in ons leven zouden kunnen verslijten. Maar kwantiteit is niet hetzelfde als kwaliteit. Om de cirkel van weggooimode te doorbreken, moeten we in eerste instantie strenge poortwachters worden: welke kleding is het waard om een plekje in jou kast (en, belangrijker nog: aan jouw lijf) te krijgen.

Op elke kledingruil die ik organiseer, kom ik erachter dat we daar met z’n allen nog niet zo goed in zijn. We hebben allemaal kleding die toch niet zo goed bij ons past als we in de winkel dachten of misschien wel hoopten. Waar ligt dat toch aan? Misschien omdat we vaker zin hebben om iets te kopen dan dat er daadwerkelijk iets zinvols valt te kopen. Misschien omdat we van Paolo Nutini hebben geleerd dat de wereld er in nieuwe schoenen opeens beter uitziet. Misschien omdat we bij het kopen van een kledingstuk eigenlijk iets anders proberen aan te schaffen: een nieuw imago, zelfvertrouwen, complimenten van collega’s of gewoon een portie troost of afleiding.

Wat de reden ook is, het is simpelweg zonde om ons geld te besteden aan subtoppers of erger. Ze maken ons niet blijer met onze kast als geheel. Sterker nog (ik spreek uit ervaring): elke keer dat je ze ontevreden terug hangt aan het rek, brengen ze ons algehele beeld van onze kledingcollectie naar beneden. En hoe minder je je garderobe waardeert, hoe groter dan neiging tot shoppen. Schrap daarom de sukkels en ga alleen voor echte toppers in je kledingkast.

Wanneer is het een negen of tien?

Zelf een cijfer geven aan je kleding blijft natuurlijk redelijk subjectief. Maar er zijn wel degelijk aspecten waar je op kunt letten. Misschien vindt je niet alles even belangrijk of heb je aanvullingen. Die hoor ik natuurlijk graag van je!

  1. Past het goed? Maak de maat niet leidend, maar kijk gewoon naar je lichaam. Kleding moet jou passen en niet andersom.
  2. Komt mijn figuur erin uit zoals ik graag wil? Ga niet af op het perfecte plaatje, maar op je eigen gevoel. Niet elke vrouw wil haar heupen verhullen of boezem groter laten lijken. Laat zien waar jij blij van wordt.
  3. Kan ik er lekker in bewegen? Kleding moet passen bij je leefstijl. Dus schoenen waar je op kunt lopen en rokken waar je in kunt fietsen, als je dat veel doet.
  4. Staat de kleur me goed – nee, fantastisch? Pas het liefst bij daglicht om hier goed over te kunnen oordelen. Je huidskleur kan ook per seizoen verschillen, daarom draag ik in de winter geen wit, maar ’s zomers wel. Zorg in dat geval dat de kleur matcht met het seizoen.
  5. Is het een lekker materiaal dat niet prikt, jeukt, zweet of trekt? Iets kan nog zo mooi zijn, als het niet lekker zit, zal het gegarandeerd in je kast blijven liggen.
  6. Is het van goede kwaliteit? Een topper moet natuurlijk lang meegaan.
  7. Kan ik het veelzijdig combineren? Hoe meer mogelijkheden, hoe vaker een stuk uit de kast zal komen.
  8. Zie ik mezelf dit héél lang dragen? Als dat het geval is, is het waarschijnlijk een topper.

Die trui hierboven bijvoorbeeld, is denk ik een acht. Ik houd heel erg van de kleur, het materiaal, de halslijn, de pasvorm, maar hij kriebelt wel een beetje. Ik draag hem veel – heel veel – maar daar moet ik de volgende keer wel echt op letten.

Wanneer pas je dit toe?

In principe zou ik zeggen: altijd. Om jezelf te trainen, kun je ook eens door je kledingkast gaan om een oordeel te vellen over wat er nu in ligt. Wat zijn de negens en tienen en waar komt dat door? En wat zijn de mindere stukken? Daar kritisch te zijn, kun je jezelf behoeden voor toekomstige miskopen. Ik zou niet alles onder de negen trouwens zomaar uit je kast gooien. Een acht of zelfs een zeventje kan op de juiste manier gecombineerd echt wel een veel- en graag gedragen stuk zijn. Maar daaronder moet je echt strenger worden: zoek een andere bestemming.

Een andere uitzondering die je kunt maken, zou bij het kopen van – niet al te kostbare – tweedehands kleding kunnen zijn. Daar heb je immers wat minder tijd om te beslissen. Er is er maar één stuk van en bovendien is het ideaal experimenteermateriaal. Maar sleep ook tweedehands geen zesjes of erger mee naar huis. Dat het goedkoop is, betekent niet dat het in jouw kast thuishoort. En wees streng: blijkt het op termijn geen topper, doe het dan weer weg. Laten liggen is zonde van de ruimte en een verspilling van materiaal. Bezorg het liever een thuis bij een ander, via een kledingruil of kringloopwinkel.

Meer lezen over kritisch kleding kiezen? Dit is de lijst van vragen die ik mezelf stel voor ik een kledingstuk aanschaf.